Bicycles

Fietsen

Musea houden niet van fietsen.

De beroemdste fietskwestie is die van het Rijksmuseum dat al ruim tien jaar de wereld ervan probeert te overtuigen dat honderd meter omrijden voor een mooie nieuwe ingang van het grootste museum in Nederland misschien geen slecht idee is.

Maar ja het is wel Nederland. Van onze fietsen moet iedereen afblijven. En als het op onze routes aankomt zijn we net mieren: als iemand een meer gaat aanleggen waar ooit een fietspad was, zullen we daar ook gewoon onder water door blijven fietsen totdat al onze tot algen vergane lichamen en fietsen vanzelf een organisch pad zullen vormen voor de volgende generatie.

Of zoiets.

Veel Nederlanders komen naar het museum op de fiets. Dus zou je verwachten dat musea tot de voortrekkers in de fietsenstallingbranche behoren. Bij de voordeur van elk museum stoere beugels in verguld chroom, blinkende rekken met de laatste snufjes op het gebied van diefstaldetectie, prachtige designeilanden met overkapte leunhekken, stuurdragers, klemmen en oplaadpunten, alles natuurlijk onder intensieve camerabewaking.

Het tegendeel is waar. Bijna alle stedelijke musea in Nederland lijken de fiets als een Fremdkörper te beschouwen. Om er een paar te noemen: Het Van Abbemuseum in Eindhoven, het Haags Gemeentemuseum, Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam, het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, het Amsterdam Museum, Fotografiemuseum Amsterdam Foam: nergens kunnen meer dan een dozijn rijwielen worden neergezet. In fietshoofdstad Amsterdam hebben alleen filmmuseum EYE en het Stedelijk Museum behoorlijke stallingsruimte.

Waarom helpen musea de fietser niet een beetje?

Het gemakkelijke antwoord is: NIMBY (Not In My Backyard). De museumgevel is een architectonisch prestigeobject, dat de musea niet graag ontsierd zien door het soort van fietsenkerkhoven die rond de NS stations woekeren.

Je zou zeggen dat een goede vormgever daar wel een oplossing voor kan vinden.

En daar komt het moeilijke antwoord. Bij de inrichting van de openbare ruimte, wijzen de partijen steeds naar elkaar. De trottoir is van de gemeente, de gebruikers komen er grotendeels voor het museum. Een plan maken is een koud kunstje. De vraag is wie de opdracht dient te geven. En wie zorgt dat het langs de welstandscommissies en buurtgenootschappen komt?

Dat kost iedereen toch teveel energie. We leven in een grote stad, dus op de stoep moet iedereen het maar een beetje zelf uitzoeken.

En dat doen de fietsers, die ongeacht het beleid hun rijwielen toch wel allemaal voor de deur zetten.

Fietsers en bewoners zouden kunnen aandringen op beter beleid. Maar ze lijken zich liever vast te bijten in het thema van de kortste route. Bij de ingang van het nieuwe Rijksmuseum kun je straks beter heen en weer sjezen dan je fiets stallen.