Cloak room

Jassen en Tassen

 

Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam heeft de leukste garderobe in museaal Nederland. Je moet er je jas optakelen aan een koord dat je met een eigen slotje kan vastzetten. Als je omhoog kijkt zie je een draaimolen van jassen in alle kleuren en maten, heerlijk speels. Van de ontwerper Wieki Somers.

Boijmans’ kunstgarderobe is uniek in de museumwereld. In de overige musea worden garderobes toch vooral gezien als een noodzakelijk kwaad. De bezoeker moet er vlak bij de ingang snel zijn jas en tas kwijt kunnen en rijen dienen te worden vermeden.

Ooit is de garderobe in het museum geslopen omdat beschaafde mensen hun jas willen uitdoen als ze een gebouw betreden. Het begon met een eenvoudige staande kapstok, daarna kwamen de rekken, de haken op rij, de paraplubakken, de kluisjes en de garderobebalie. Tegenwoordig zijn er maar twee redenen voor een garderobe: vocht en schade. De jas moet uit omdat hij vaak vochtig is en kunst en vocht elkaar niet mogen. De tassen moeten ingeleverd niet zozeer omdat musea bang zijn dat u een klein schilderijtje in uw tas stopt, maar omdat ze uitsteken en zo een kunstwerk kunnen beschadigen. Vooral de rugzak is daarom de schrik van elk museum.

Hoe staat het eigenlijk met het garderobepersoneel? In The Metropolitan Museum of Art kijken ze je niet aan (laat staan dat ze met je spreken) omdat ze of voortdurend met elkaar in gesprek zijn of in een onverschillige droomstand staan. Bij het Pushkin museum in Moskou word je bij de ingang door militair personeel bars in het Russisch toegesproken, waarna de tas open moet, je schoenen en riem op de lopende band. En met een beetje pech word je ook nog gefouilleerd.

In Nederland is het baliepersoneel veel vriendelijker. Maar zelfs bij de meest aardige van hen (Hermitage Amsterdam) kan ik me niet onttrekken aan de gedachte dat ik bij het Staatsbureau van geboden en verboden terechtgekomen ben.

Lieve musea, dat kan toch anders.

Ik zou de garderobe inrichten als flirtportaal van het museum. Met frisse jonge buurmeisjes en buurjongens die bij het innemen van jassen en tassen aan de bezoekers vertellen welk topstuk ze moeten zien en wat er vandaag in de aanbieding is in het restaurant. Daarna leunen ze bevallig over de balie om de bezoekers een digitaal gecodeerd garderobekaartje aan te reiken dat zachtjes vibreert als er smaakverwante medebezoekers in hun buurt worden gesignaleerd. Happy hunting!

Voor zo’n garderobe zou ik in de rij gaan staan.