Museum Stairs

Museumtrappen

 

Een goede museumtrap hoef je niet te zoeken. Hij is meer breed dan steil, hij is slijtvast en als het even kan is hij mooi. Maar misschien het allerbelangrijkste van een trap is dat hij de bezoekers roept. Een museumtrap mag je niet voorbij lopen zonder een beetje spijt te voelen.

Klein kunstje voor de architect? Niet dus. De verticale ontsluiting, zoals hij in ontwerpjargon wordt genoemd, is een van de grootste uitdagingen in de museumarchitectuur.

De klassieken laten zien hoe het moet: een centraal trappenhuis als verbindingsstuk tussen twee vleugels. Bezoekers vinden die met de ogen dicht. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht van de architect Aldo Rossi is in dat opzicht voorbeeldig. Een monumentale trap paf! in het midden van het gebouw, met aan weerszijden zalen. Door zijn monumentale overdrijving zuigt hij ook mensen naar boven. Tien punten voor Maastricht.

In The Metropolitan Museum of Art in New York hebben ze het helemaal voor elkaar: een majestueuze granieten trap in het verlengde van de trappen buiten. Bij sjieke openingen zetten ze kaarsjes en glimlachende piccolo’s op weg naar boven zodat je weet dat je rechtstreeks de (kunst)hemel binnenloopt.

Het oude Stedelijk Museum had ook een fijne centrale trap. Netjes tussen ingang en garderobe, vriendelijk, democratisch en heel geschikt voor happenings of een groepsportret van de voltallige kunstwereld.

Een voormalig directeur vertelde me een jaar of tien geleden dat deze trap de belangrijkste reden vormde om de ingang van het Stedelijk nooit naar het museumplein te verplaatsen. Daarvoor zouden ze namelijk de trap moeten omdraaien, een bouwkundige opgave die tot veel ellende zou leiden.

Het nieuwe Stedelijk Museum heeft toch een ingang aan het museumplein gekregen. Maar de oude trap blijft waar hij is, nu eigenzinnig achterin, met de rug naar het publiek gekeerd. Uit mededogen met de symboolgevoelige oude garde heeft de architect Mels Crouwel een elegante roltrap voor de nieuwe voorzijde ontworpen. Of die net zo geschikt is voor happenings (mochten die ooit weer in de mode komen) moeten we uitvinden.

Mijn absolute lieveling onder de museumtrappen? De buitentrap van het Amsterdamse wetenschapsmuseum NEMO, groots, heerlijk om op te zitten en over de stad uit te kijken. Op een mooie zomerdag doet hij me denken aan de schitterende villa Malaparte op Capri, beroemd gemaakt door Godard’s film Le Mepris. Met de Coentunnel en de Montelbaanstoren als invallers voor Brigitte Bardot en de Middellandse Zee.