Openings

Feestje

Bent u wel eens op een feestje in het museum geweest?

Het meest gebruikelijke feestje in een museum is een opening. Het is niet moeilijk om aan een uitnodiging te komen. Die krijgt u door Vriend te worden. Van iemand die in een museum werkt, maar beter nog van het museum zelf. Vrienden worden welkom geheten op alle openingen.

Wat trekt u aan? Dat hangt er een beetje vanaf. Beschaafd sjiek is aan te raden. Jasje spijkerbroek (geen stropdas nodig) voor de man, jurk voor de vrouw. Niet te felle kleuren en niet te bloot, tenzij u de aandacht van de kunst wilt afleiden. Soms is dat een goed idee. Verder absoluut geen hoeden (niemand kan wat zien) en pas op met naaldhakken, er zijn nogal wat musea die een akelig voorplein kennen met kleine steentjes.

Een museumopening volgt een vast patroon. Bij de ingang toont u een uitnodigingskaart, die vervolgens wordt ingenomen. Waarom weet ik niet. Misschien moeten ze die tellen om te weten hoeveel mensen er zijn geweest, maar dat lijkt me niet effectief omdat uitnodigingen meestal voor twee personen zijn en genodigden soms toch alleen komen. Wilt u hem als souvenir bewaren dan moet u een smoes verzinnen.

Is het een ouderwets feestje, dan bestaat de kans dat u de directeur zelf de hand mag schudden bij de ingang. Anders zult u de directeur zelf moeten opzoeken. Reken niet op veel spreektijd.

Daarna moet u het even zelf doen. Om u heen ziet u witgerokte leuntafels met daarop een houdertje met papieren servetten, glazen met kaasstengels en bakjes vol gezonde noten (ik haal er altijd de cashews uit). Sommige openingen bieden ook gebogen zilveren lepeltjes waarop tapenade met Italiaanse ham, guacamole met een garnaal of gorgonzola met een tomaatje liggen. Obers komen langs met witte wijn, sinaasappelsap en water.

De twee dingen die ik drink, rode wijn en bier, ontbreken in de regel. Rode wijn mag niet, want de vlekken zijn zoals we allemaal weten moeilijk uit te wassen. Iemand vertelde me eens dat rode wijn bij marmeren beelden funest is: die trekken naar binnen en daar komen dan jaren later onherstelbaar akelige plekken die het marmer zo aantasten dat er over honderd jaar alleen nog maar gruis over is. Om die reden mag er in The Petrie Court, beeldengalerij van The Metropolitan Museum of Art never nooit rode wijn worden geschonken.

Waarom er geen bier op het blad staat weet ik niet. Het verschraalt te snel of misschien trekken musea hun neus ervoor op.

De directeur of conservator geeft een toespraak, meestal in de vorm van een kort welkom gevolgd door een eindeloze danklijst. Soms is er een Bekende Nederlander aanwezig. Een enkele keer klinkt er een muziekje. Vooraan letten de gasten op. Die staan op de danklijst. Achterin praten ze er gewoon doorheen. Bezoekers van openingen hebben in de regel weinig aandacht voor toespraken. Ze zijn er vooral voor elkaar.

Na de toespraak wordt de nieuwe tentoonstelling officieel geopend. Iedereen stroomt naar binnen, waar het twintig minuten lang drukker is dan in de Kalverstraat op zaterdagmiddag.

Twintig minuten later is het er even plotseling weer muisstil.

Als u daarna niet hoeft te netwerken, dan wordt het duimen draaien. U maakt een praatje met iemand die net als u in de veertig meter lange rij voor de toiletten staat, leert dat de geoefende gasten het op openingen veel te druk hebben om de tentoonstelling te bekijken (‘daar komen we op een rustiger tijdstip voor terug’), loert nog even naar de BN-er, nipt nog wat aan uw wijn en gaat weer huiswaarts.