Stof en Diertjes

Stof en diertjes

 

Musea hebben een grondige afkeer van alles wat bezoekers onbedoeld meenemen naar het museum: vocht, luchtjes, schilfers, stof. Het is een professionele afkeer die ingegeven wordt door een heilig ontzag voor de collectie.

De tijden zijn ver achter ons dat een museummedewerker voor openingstijd met een plumeau zachtjes het kostbare porselein streelde. Nu staat het porselein in stofdichte vitrines, waar niemand ooit meer aan kan komen. Althans, dat is het voornemen. Want soms moeten die vitrines toch weer open en het porselein eruit. Het kunstwerk wordt uitgeleend of vervangen door een ander stuk in de collectie.

Het spannendste moment bij het inrichten van een tentoonstelling is als de pas aangekomen bruiklenen door de technische staf in de vitrine worden geplaatst. De koeriers die de kunstwerken van hun musea op reis hebben begeleid keuren of dat op correcte wijze wordt gedaan. De conservatoren en restauratoren, de registrator en transporteurs staan erbij te kijken. De vitrines zijn een paar uur tevoren flink schoongemaakt met de museale variant van glassex en antistatische doeken. Dan komt er het moment waarop iedereen zijn adem inhoudt. De kostbare stukken worden met de grootst mogelijke omzichtigheid in de glazen behuizing gelegd. Liggen de stukken, dan gaat vliegensvlug de vitrine op slot, iedereen lacht opgelucht, de handtekeningen worden gezet, lijstjes afgevinkt en de transporteurs en koeriers vertrekken. De achterblijvers moeten dan stil zijn. Want het laatste wat je dan wilt horen is een slimmerik die zegt: ‘hé, ik zie nog een vingerafdruk.’

Een spelfout in het gedrukte boek: daar is niets meer aan te doen.

Oplettende bezoekers zullen vast op een enkele glazen vitrine een vingerafdruk, schilfers, vegen en zelfs een enkele haar ontdekken. Maar vergeleken met de meeste andere omgevingen zijn museumzalen bepaald stofarm. Het beste bewijs hiervoor is het gebrek aan ongedierte. Muggen, vliegen of spinnen, mieren, zelfs stofmijten kunnen er niet gedijen. Komen ze toch eens per ongeluk binnen, dan is het snel met ze gedaan.

Ik ben eens op zaal gehaald door een geschrokken suppoost die in een vroeg werk van Piet Mondriaan iets ‘heel ergs’ had aangetroffen.

Een dappere duizendpoot had het museum bezocht, was tussen het papier en het glas gekropen en gestorven in de Blauwe Boom van Mondriaan. Misschien vond hij het een meesterwerk en had hij besloten daar te sterven. Of misschien was hij misleid door de schilder en dacht hij in een echte boom zijn hiernamaals tegemoet te zijn gekropen.

Na sluitingstijd hebben we de Mondriaan van het glas ontdaan, het insectenlijkje eruit gehaald en het een waardige begrafenis gegeven.