The Museum Cafe

Museumcafé

Wat maakt een museumcafé eigenlijk goed?

Je zou denken: hetzelfde als een gewoon café. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Er zijn nogal wat tegenstrijdige belangen. Ontwerpers mikken op een hip driesterrenrestaurant. Bezoekers hopen op een vertrouwde omgeving die hen de zoektocht naar cafés elders bespaart. En de facilitaire dienst wil geen onnodige verzwaring van taken.

De meer traditioneel ingestelde musea, zoals het Mauritshuis, Paleis ’t Loo en Museum Kröller-Müller, hebben een stijl waarvan ze denken dat die bij hun bezoekers past. Conventionele ruimtes, een tikkeltje klein, eerder sober dan hip en een bescheiden kaart. Eigenlijk vertellen ze u dat u voor de kunst komt en de rest bijzaak is. Een misvatting ten aanzien van de hongerige bezoeker op de drempel van het café, maar goed.

In de vormgeving van de meeste Nederlandse museumcafés lijkt vooral de schoonmaakploeg een stevige vinger in de pap te hebben: strakke tafels en goed stapelbare rechte stoeltjes met gemakkelijk afwasbare oppervlaktes. En alles in frisse kleurtjes opgeleukt.

Kun je er lekker eten? Eigenlijk niet. Nou vooruit, het restaurant van het Wereldmuseum is best goed, misschien wel omdat het zich volstrekt van het museum heeft losgezongen.

Met het eten in de overige Nederlandse museumcafés is het helaas slecht gesteld.

Aangemoedigd door aanbiedingen van de NS, Libelle en AVRO, komt 65% van de Nederlandse bezoekers vooral voor een kopje koffie met appelgebak. Ze lunchen niet warm, al doen ze soms een mosterdsoepje, ze drinken precies één glaasje witte wijn en houden erg van broodjes met veel groen en een mediterraans ingrediënt. Alle museumrestaurants verkopen daarom broodjes met carpaccio en Parmezaanse snippers, geitenkaas met honing en rucola, en beenham met tapenade. En dat maken ze af met een lokale specialiteit, zoals de bolus (alle Zeeuwse musea).

Een van de meest hardnekkige misvattingen in de Nederlandse museumwereld is dat je aan een museumcafé veel geld kan verdienen.

Er valt geen droog brood mee te verdienen.

Maar je kan ook niet zonder.

Oud-directeur van het Stedelijk Museum Edy de Wilde zei eens dat je een goed museum herkent aan de kwaliteit van zijn koffie. Hij zal wel niet die Hollandse slappe bak hebben bedoeld waarmee je in zijn tijd tevergeefs het nachtelijk spinrag uit je hersens spoelde. Nee, ik denk dat de Wilde doelde op wat nu gemeengoed is geworden in de Nederlandse musea (en waar eigenlijk niet?): een kleine Italiaanse, die je fluks in beweging slaat, met grove donkere klontjes suiker en, voor de dames, gestoomde melk.

En het koekje erbij? Ik ben tegen koekjes die in plastic zijn verpakt. Ik krijg ze niet open en ze smaken naar karton. De luchtige Italiaanse pepernootjes vind ik nostalgisch lekker, maar te klein. Wat is er toch mis met zelfgebakken koekjes uit een trommel?