Turnstiles

Toegang

De eerste directeur van het Zeeuws Museum Piet Van Daalen deed wel eens een dutje in het museum. Als de bezoekers dan aanbelden om de tentoonstelling te kunnen bezichtigen, kwam hij met een wat verwarde haardos naar beneden om de deur van de oudheidskamer open te doen. Dat was eind jaren zestig in Middelburg.

Tegenwoordig kan de directeur gewoon blijven slapen. Elektronische poortjes laten de bezoeker binnen.

Of niet.

Waarom zijn er eigenlijk poortjes? De belangrijkste reden is dat de belastingdienst wil voorkomen dat er geknoeid wordt met toegangsbewijzen. Degene belast met de ticketverkoop mag niet ook controleren of je een ticket hebt gekocht. Dat is fraudegevoelig. Poortjes zijn dat niet.

Hoe werkt een toegangspoortje? Eenvoudig: de bezoeker houdt zijn kaartje voor een elektronisch oog. Als het oog het goedkeurt (dus niet het kaartje van gisteren!) gaat het poortje vanzelf open. Dat kunnen twee zwaaiende stangen zijn, of een glazen deur, of een balkje dat naar beneden slaat.

Ideaal gezien gaat het poortje altijd open in de richting die de bezoeker opgaat. Soms werken de poortjes in beide richtingen en als het druk is moeten de bezoekers geduld hebben.

Maar bezoekers hebben geen geduld. Ze gaan stiekem achter elkaar naar binnen zonder een kaartje te scannen, of ze lopen in tegengestelde richting. Poortjes raken daarvan op tilt en klappen tegen bezoekers aan. Dat kan tot schadeclaims leiden.

Het systeem is ook in andere opzichten niet perfect. Zo kunnen de poortjes in geen enkel museum op internet gekochte tickets of museumkaarten lezen. Dat is vooral te wijten aan het feit dat elke poortjesfabrikant met eigen barcodes werkt. Die kunnen natuurlijk alleen maar het eigen kaartje lezen.

Dus moeten musea een list verzinnen. De Hermitage aan de Amstel heeft een aparte kassa voor museumkaarthouders. Het Rijksmuseum heeft bij de toegang naar de zalen binnenkort medewerkers die alle soorten toegangskaarten scannen. Net als in de trein. Bij het Stedelijk Museum, 300 meter verderop, wordt de bezoeker even teruggeworpen in de tijd. Eerst moet hij in de rij om zijn museumkaart of elektronische ticket in te wisselen voor een ticket en vervolgens vlecht hij zich in de dwars hierop staande rij voor de toegang.

Het beste bewijs voor het slechte huwelijk tussen technologie en bezoekers is dat in alle musea medewerkers nodig zijn om bezoekers aan te wijzen welke kant van het kaartje waar precies in gedaan of voor gehouden moet worden, wanneer ze een stap naar voren mogen doen, of juist niet, en hoe ze moeten handelen als het poortje hen blijft weigeren.

Door de hemelpoort kom je gemakkelijker naar binnen.

Het Rijksmuseum heeft een eigen perspectief op de zaak. Poortjes zijn wel nodig, zeggen ze daar, maar kassa’s en loketten ook. Waarom? Omdat de meeste bezoekers liefst niet door de nieuwste technieken, maar door vriendelijke mensen worden geholpen.

Dat hadden ze in het buitenland trouwens allang bedacht.

Ik heb ook veel aandacht nodig, dus ik zie uit naar een leuke kassadame in het Rijks. Of beter: een slaperige directeur.