Words on View

Zaalteksten

Elk museum hangt vol met kleine en grotere stukjes tekst. Die hebben bezoekers nodig om goed te kunnen kijken. Zaalteksten zijn bijna altijd het eerste en vaak ook het enige stukje informatie dat ze over de getoonde kunst tegenkomen. Zijn ze goed dan bereiken ze meer publiek dan alle kunstcatalogi bij elkaar.

Er is veel onderzoek gedaan naar hoe lang museumbezoekers gemiddeld bij een label staan en hoeveel woorden ze ervan lezen. Voor een label nemen ze gewoonlijk 10 seconden de tijd (en nog eens tien voor het kunstwerk). Een goed label bevat maximaal 60, een zaaltekst 150 en een introductietekst 300 woorden.

Zulke schaarste moet wel haast complexiteit scheppen.

Vooral in de kunstmusea wringen bezoekers zich in alle bochten om iets van die paar woorden te bakken. Ze worstelen zich tussen de andere bezoekers om iets te kunnen zien, knijpen met hun ogen voor de kleine letters, krommen hun rug voor labels op kniehoogte, doen hun uiterste best om alle moeilijke woorden, stromingen en jargon te ontcijferen en scannen verschrikt de eindeloze opsommingen van materialen.

En dan moeten ze er ook nog over nadenken hoe de geboden tekst te maken heeft met het kunstwerk dat er naast is gehangen.

In tien tellen.

Waarom is het maken van goede zaalteksten zo’n zware opgave? Je zou haast zeggen dat de conservatoren lui of nonchalant zijn.

Het tegendeel is waar. Over weinig zaken wordt in het museum zo hard gevochten als over de vraag hoeveel tekst op welke plaats moet worden aangeboden. Sommigen geloven vurig dat je mag beschrijven maar niet interpreteren, omdat je daarmee het perspectief van de bezoeker vernauwt. Anderen vinden absoluut dat de kunstenaar of juist het publiek de toelichting moet verschaffen. Er zijn museummedewerkers met obsessies voor jaartallen, woonplaatsen of gebruikte materialen. En ten slotte zijn er conservatoren die teksten het liefst zouden verbieden, omdat het kunstwerk zijn eigen verhaal vertelt.

Wat maakt van al die lieve museummedewerkers zulke rabiate hardliners? Ik denk angst. Angst voor de afkeuring van vakgenoten die de teksten niet van voldoende expertise vinden getuigen.

Niemand wordt daar wijzer van. Het brede publiek begrijpt de teksten niet en de vakgenoten hebben ze niet nodig.

Dat wreekt zich dubbel als je bedenkt met welk doel de meeste bezoekers een titelkaartje lezen. Denkt u dat ze dat doen om uitleg bij een kunstwerk te krijgen? Fout! Ze lezen de tekst om te kunnen besluiten of ze daarna het kunstwerk zullen gaan bekijken.